WZC Ter Biest bracht kwaliteit uit de schaduw met Menso. Kleine stappen, duidelijke structuur en meer inspraak voor bewoners maken het verschil. Zo groeit kwaliteit zichtbaar in de dagelijkse werking.
“We deden wel aan kwaliteit, maar stonden er te weinig bij stil”
Kwaliteit was in WZC Ter Biest nooit afwezig. Maar lange tijd bleef ze eerder impliciet aanwezig in de werking. “We deden wel aan kwaliteit, maar stonden er te weinig bij stil,” vertelt Annick Van huylenbroeck, waarnemend directeur. De directie nam de kwaliteitswerking mee op binnen een al uitgebreid takenpakket. Er gebeurden veel goede dingen, maar zonder duidelijke structuur of expliciete focus. Tot daar in 2021 verandering in kwam.
Met de creatie van een nieuwe rol — stafmedewerker én kwaliteitscoördinator — kwam er ruimte om kwaliteit gerichter aan te pakken. Voor Annick, die voordien in het animatieteam werkte, betekende dat een volledig nieuwe verantwoordelijkheid. “Het was echt zoeken: waar begin je, waarop leg je de focus, hoe pak je dat aan?”
De nood was duidelijk: niet alleen iemand die kwaliteit opvolgt, maar iemand die het thema ook levend houdt binnen de organisatie.
Tijdens haar opleiding Kwaliteitscoördinator bij Probis kwam Annick in aanraking met Menso — en dat bleek een kantelpunt. “Menso gaf mij meteen houvast. Het helpt je om te starten en om na te denken over wat kwaliteit voor jouw organisatie betekent.” Wat vooral aanslaat, is de vrijheid in de aanpak. Er wordt niets opgelegd. Het is een leidraad die je helpt om bewust stil te staan bij je werking. Je kiest zelf hoe intensief je ermee aan de slag gaat. “Samen met de directie werd bewust beslist om Menso niet als doel op zich te zien, maar als een hulpmiddel om stap voor stap te groeien.”
In Ter Biest vertaalt het traject zich niet in grote, ingrijpende veranderingen, maar in een reeks kleine, doordachte acties.
“Het hoeft niet altijd groots te zijn,” zegt Annick. “De kracht zit vaak in kleine dingen — als je er tenminste bewust bij stilstaat.”
“Menso gaf mij meteen houvast. Het helpt je om te starten en om na te denken over wat kwaliteit voor jouw organisatie betekent.”
Een belangrijke doorbraak kwam er in de manier waarop bewoners en familie betrokken worden.Hoewel er al een gebruikersraad bestond, voelde het team dat de inbreng beperkt bleef. Daarom werd gekozen voor een nieuwe aanpak: het bewonersparlement.
“We bevragen bewoners nu veel gerichter. Wat vinden zij belangrijk? Wat kan beter?”
Dat gebeurt op een laagdrempelige manier, bijvoorbeeld via:
Deze aanpak leverde snel resultaat op. Zo groeide uit het bewonersparlement de vraag naar een uitgebreidere huiskrant met meer informatie over bewoners, medewerkers en activiteiten, aangevuld met toegankelijke rubrieken zoals spelletjes.
Die feedback werd effectief omgezet in actie. Na de eerste nieuwe editie werd opnieuw geluisterd naar bewoners, onder andere via smileys om de leesbaarheid en inhoud te beoordelen.
“Zo maak je kwaliteit zichtbaar. Mensen merken dat hun stem telt.”
Tegelijk blijft kwaliteitswerking in de praktijk kwetsbaar. Personeelswissels, uitval en werkdruk maken het niet altijd evident om er voldoende tijd voor te nemen.
“Kwaliteit verdwijnt snel naar de achtergrond. Dat is de realiteit.”
Net daarom is het volgens Annick belangrijk om er bewust ruimte voor te blijven maken en om het gesprek gaande te houden. Menso helpt daarbij als een soort rode draad: via uitwisseling, inspiratie en vaste momenten van reflectie.
Een bijkomende meerwaarde zit in het contact met andere organisaties. Het traject wordt zo geen individueel verhaal, maar een gedeeld leerproces.
“Je merkt dat je niet alleen staat in je uitdagingen. Dat geeft vertrouwen, maar ook nieuwe ideeën.”
Voor organisaties die nog twijfelen, is de boodschap helder: “Gewoon starten. Het helpt je om sneller stappen te zetten en je moet het niet allemaal zelf uitvinden.” Volgens Annick ligt de kracht van Menso in de combinatie van houvast en vrijheid en in het versterken van het draagvlak dat nodig is om kwaliteit echt te laten leven.